Richtlijnen

Richtlijnen om webcontent toegankelijk te maken voor een zo breed mogelijk publiek.

Digitale toegankelijkheid

Om digitale toegankelijkheid te kunnen borgen heeft het W3C (World Wide Web Consortium) een set richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent ontwikkeld. Deze richtlijnen, beschreven in de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), leggen uit hoe webcontent toegankelijk kan worden gemaakt voor een zo breed mogelijk publiek. De eerste versie is gepubliceerd in 2008. In oktober 2012 is WCAG 2.0 een erkende ISO-standaard geworden.

De richtlijnen van WCAG 2.1 zijn op 5 juni 2018 gepubliceerd door het W3C. WCAG 2.1 breidt WCAG 2.0 uit met 17 nieuwe succescriteria.

Op 7 september 2018 is WCAG 2.1 op niveau AA opgenomen in de Europese norm EN 301 549 . Dat betekent dat de WCAG 2.1-richtlijnen leidend zijn geworden voor het voldoen aan de nieuwe wetgeving.

Sinds 23 december 2018 zijn deze richtlijnen verplicht voor alle overheidsorganisaties. Hieronder vallen Nederlandse overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en instellingen uit de (semi-)publieke sector.

Meer over WCAG 2.1

Web Content Accessibility Guidelines (WCAG)

De richtlijnen zijn gebaseerd op 4 principes:

  1. Waarneembaar
  2. Bedienbaar
  3. Begrijpelijk
  4. Robuust

De principes zijn onderverdeeld in 13 richtlijnen. Elk van deze richtlijnen is voorzien van toetsbare eisen (of ‘succescriteria’).

Deze toetsbare eisen zijn ingedeeld in drie conformiteitsniveaus: A, AA en AAA. Deze niveaus zijn ingedeeld op basis van de impact die ze hebben op het ontwerp of de visuele presentatie van de pagina. In totaal zijn er 78 succescriteria.

Door de focus te leggen op principes, en niet op technologie, benadrukt het W3C de noodzaak om te blijven nadenken over de verschillende manieren waarop mensen omgaan met webcontent. Mensen kunnen bijvoorbeeld:

  • een toetsenbord gebruiken in plaats van een muis;
  • voorleessoftware of een brailleleesregel gebruiken om content tot zich te nemen;
  • de standaard browserinstellingen veranderen om de content leesbaarder te maken.

Richtlijnen toepassen

Gebruik de vier principes om je website toegankelijk te maken: Maak het waarneembaar, bedienbaar en begrijpelijk voor iedereen, en robuust voor alle apparaten.

Principe 1: Waarneembaar

Om te voldoen aan WCAG 2.1 Principe 1: Waarneembaar moet ervoor worden gezorgd dat mensen de website (en elementen op de website) kunnen ervaren en gebruiken met de zintuigen die voor hen beschikbaar zijn.

  • Geef tekstalternatieven voor niet-tekstuele content.
  • Geef een transcript voor audio- en videocontent.
  • Geef videocontent ondertiteling.
  • Zorg ervoor dat content logisch is gestructureerd.
  • Gebruik semantische (betekenisvolle) code.
  • Zorg ervoor dat elke functie kan worden gebruikt wanneer de standaard tekstgrootte wordt verdubbeld.

Principe 2: Bedienbaar

Om te voldoen aan WCAG 2.1 Principe 2: Bedienbaar moet ervoor worden gezorgd dat mensen content op de website kunnen vinden en gebruiken, ongeacht de manier waarop ze er gebruik van maken. Zoals bijvoorbeeld met hulptechnologieën.

  • Zorg ervoor dat alles werkt met een toetsenbord.
  • Toon de toetsenbordfocus.
  • Gebruik beschrijvende titels voor pagina’s en vensters.
  • Gebruik beschrijvende links zodat duidelijk is waar het naar toe leidt.
  • Gebruik geen knipperende inhoud.

Principe 3: Begrijpelijk

Om te voldoen aan WCAG 2.1 Principe 3: Begrijpelijk moet ervoor worden gezorgd dat mensen en software de content kunnen begrijpen en snappen hoe de website werkt.

  • Geef software de mogelijkheid om de taal van de pagina te bepalen.
  • Maak de tekst leesbaar een begrijpelijk.
  • Zorg ervoor dat alle formuliervelden zichtbare en betekenisvolle labels hebben.
  • Maak het gemakkelijk om foutieve invoer in formulieren te herkennen.

Principe 4: Robuust

Om te voldoen aan WCAG 2.1 Principe 4: Robuust moet ervoor worden gezorgd dat de content betrouwbaar kan worden geïnterpreteerd door een breed scala van user agents (met inbegrip van redelijk verouderde, huidige en verwachte browsers en hulptechnologieën).

  • Maak gebruik van foutloze code.
  • Zorg voor maximale compatibiliteit met huidige en toekomstige browsers en andere hulpprogramma’s.
  • Zorg ervoor dat hulptechnologieën begrijpen waar elke functie voor dient en in welke staat deze zich bevindt.